De Oostkant van de Beschaving

Over de start van een tweede seizoen in Griekenland. Over de oostkust van de beschaving. Over een moeilijke doortocht. En over een cruisingtraject dat zich eerder aandient als een oversteek.

Een Onvolledig Dozijn

Het was een lange winter, weliswaar met zijn eigen momenten, maar toch lang.

We hadden een seizoen van twaalf weken gepland, het soort getal dat zich aandient zonder uitleg, alsof het al ergens bestond voor we het opschreven. Twaalf weken, twaalf apostelen. We gingen op zoek naar de bijbehorende bemanning. Zoals dat gaat met roepingen: niet iedereen geeft meteen gehoor.

Uiteindelijk bleef de eerste week onvervuld. Alsof er één plaats bewust open moest blijven, voor iemand die niet kwam, of misschien nooit had moeten komen. We vertrekken dus een week later, zonder garanties, wat misschien wel de enige juiste manier is om aan een zeilseizoen te beginnen.

Wie Kwam en Bleef

Met Marleen en Hans. Geen roeping, geen symboliek, gewoon twee mensen die ja zegden, bijna als vanzelf. Ze hebben niet al te veel zeilervaring, maar wel een zekere onverzettelijkheid. En de zee heeft een zwak voor dat soort mensen.

Meteen 170 NM, van Olympic Marine, in het uiterste zuiden van Attica, naar Skiathos, havenstad van de Sporaden. Alsof we het seizoen niet voorzichtig willen openen, maar het meteen bij de lurven grijpen.

Te Vroeg Gearriveerd

Eens geland in Athene vinden we Marleen en Hans al gauw, en reizen we samen per taxi naar Olympic Marine. Daar voltooien we de gebruikelijke onboarding. Na de nodige wows en wauws worden de cabines toegewezen.

Wouter krijgt een telefoontje van Nicolas. Die meldt dat hij ons pas enkele dagen later verwachtte en dat de boot nog gekuist moet worden. Woestijnzand uit de Sahara heeft inderdaad lelijk huisgehouden. Hij zal maandagochtend toelichting geven bij de herstellings- en onderhoudswerken tijdens de wintermaanden, en in het bijzonder over het gebruik van de airco en de watermaker.

We sluiten de dag af met een diner in Kaleo, het gekende restaurant van de marina.

Een Foutieve Haak

Zo geschiedt. Nicolas is maandagochtend om 10u paraat en de nodige informatie wordt uitgewisseld.

We bestelden een nieuwe ankerklauw, omdat de vorige verloren ging in Poros. Bij vergissing leverde Fast Sailing een snubber. Ook de nautic shop kan ons niet helpen, geen voorraad. Verder zonder ankerklauw dan maar.

Een snubber is een instrument om, wanneer de boot voor anker ligt, de belasting van de ankerlier te halen en schokken door golven op te vangen. Het bestaat uit een metalen haak die je buitenboord aan de ankerketting bevestigt, en die met twee touwen aan de voorste klemmen aan de boot bevestigd is.

Stampen in de Wind

We varen omstreeks 13u30 uit, met hulp van Nicolas aan boord en een zodiac van de haven, omdat de vaargeul erg smal is, en er wel wat wind staat. Eens buiten de havenmuren stapt Nicolas over op de zodiac.

We krijgen meteen 20+ kt te verwerken, wind vol op kop. Het steven staat gericht op Marmari, zowat de eerste beschikbare haven op het grote eiland Evia. Met 25 NM hebben we geen tijd om op te kruisen, en blijven we het hele traject op motor varen. We varen door, urenlang. De golven groeien van 0.5m naar 2m. Het stampen van de boot maakt hoge watermuren die door de wind over het dek worden uitgestrooid.

Avontuurlijk genoeg voor onze nieuwe crew. Ann echter, hoewel ze flink volhoudt, wordt uiteindelijk toch ziek, ongeveer een uur voor we in Marmari arriveren. We noteren 17u.

Aanloop Zonder Haven

De baai van Marmari heeft mogelijk veel te bieden, maar geen beschutting tegen de wind. De hoge bergen van Evia veroorzaken een sterke valwind in de hele baai. We noteren windsnelheden tot 36 kt. De pier van Marmari ligt gelukkig precies in de richting van de wind, wat langszij aanmeren enigszins mogelijk maakt. En er is een plaatsje vrij. We varen enkele keren op en af om de fenders op hun plaats te krijgen. Op ongeveer een bootlengte van de pier blijkt de diepgang 3m. Hans staat op de boeg, en doet teken om terug te keren. Het wordt nog minder diep. We staken het manoeuvre.

Aan de andere kant van de baai, op ongeveer 45 minuten varen, staat een ankerplaats gemarkeerd. Een gebied waar vis wordt gekweekt. We besluiten daar ons geluk te proberen. Daar aangekomen blijkt het relatief diep tot dicht tegen de rotsen, met een zee die te woelig is om een rustige nacht te garanderen.

Chalkis voor Zonsopgang

Het plan wordt nogmaals gewijzigd. We besluiten de nacht door te varen om tegen de ochtend nabij Chalkis te zijn, een traject van 50 NM. Verder naar het noorden is er immers minder wind. En dat zou ons twee dagen voor brengen op schema. De meisjes gaan naar bed, en Hans en Wouter zetten koers door de nacht naar Chalkis.

Initieel is er nog veel wind en stevige golfslag. De meisjes slapen vermoedelijk niet erg veel. Naarmate we verder naar het noorden vorderen, luwt de wind en versmalt de zeestraat. Hoe dichter bij Chalkis, hoe uitdagender de vorm van de doorgang wordt. In het nachtelijke water is het uitkijken voor hindernissen: grillige kust, ondiepe zones, onverlichte vissers …

De laatste hindernis voor Chalkis is de Evripos Brigde, met 34m vrije hoogte ruimschoots voldoende om er met Minke Balanea onder door te varen. Het manoeuvre zelf boezemt toch wat ontzag in. De doorgang is erg smal en vanop het dek, in het donker, lijkt het alsof de mast hoger is dan de onderzijde van de brug. Al bij al verloopt de doortocht zonder problemen. Hans en Wouter feliciteren elkaar alsof het een huzarenstukje was.

Zo komen we omstreeks 3u30 in ankerzone voor Chalkis. We hebben alle ruimte, en er staat weinig wind. Het water is een spiegel. Ankeren verloopt dan ook zonder incidenten.

Het plan is morgen een dagje Chalkis mee te pikken, en om 24u door de zeeengte te varen, wanner de oude brug van Chalkis open gaat.

Volgende
Volgende

Vooruitblik 2026