Een Plaastje in Gaios
Over een gemiste baai en een gevonden ligplaats. Over een stroom van boten. Over ervaringen die worden doorgegeven. Over een haven die mooier oogt dan de stad. Maar vooral over hoe Gaios plaats maakt voor nieuwe ontmoetingen.
De Prijs van de Haast
We varen die ochtend van Antipaxos naar Paxos, een traject van minder dan een uur. Gaios meer bepaald, de belangrijkste haven van Paxos. Onze aandacht gaat volledig naar vroeg genoeg aankomen, zodat we zeker een ligplaats kunnen bemachtigen. In die haast vergeten we Paralia Vrika aan te doen. Afgaand op de foto’s op Google Maps lijkt dat een vergissing. Een volgende keer misschien.
Achter een Eiland
Gaios ligt aan een smalle, beschutte zeestraat. Het eiland Agios Nikolaos schermt de haven en de stad af van de open zee. De haven slingert zich als een langgerekte boog tussen Paxos en Agios Nikolaos.
De noordelijke haveningang heeft met 5m voldoende diepte voor onze boot. Aan de ingang in het zuiden is de diepte beperkt tot 2m. Dat is bijgevolg geen optie voor Minke Balaena.
Ooit stond er een Venetiaans fort, gebouwd om de haven tegen piraten te beschermen, maar daarvan zien we geen spoor. Vandaag bepalen vissersboten, zeiljachten en terrassen het beeld, levendig, maar op de schaal van een klein eiland.
Stroom Onderbroken
Omdat we de omstandigheden niet goed kennen, kiezen we een ligplaats in het begin van de haven, op wandelafstand van het centrum van Gaios. We komen aan zonder thrusters, met 5 kt zijwind en zoeken naar een plek aan de windzijde van een andere boot, zodat de drift opgevangen wordt.
In de loop van de voormiddag heerst er een drukte van jewelste in de haven. Het is een voortdurend aan- en afvaren van boten, zeilboten zoals de onze, maar ook motorjachten, vissersboten en kleinere plezierbootjes.
Daar zien we ook een draagvleugelboot van KerkyraLines liggen. Er komt er net eentje binnenvaren. Spectaculair, maar we zijn te druk om er een foto van te nemen. Later in die week zien we er nog één in actie.
Voor het achterwaarts aanmeren wachten we een moment af waarop de stroom aan vaartuigen in beide richtingen even onderbroken is. We leggen de boot dwars op de vaargeul, met de boeg naar de overzijde, en laten het anker zakken terwijl we achterwaarts onze ligplaats invaren. Het manoeuvre verloopt uitstekend, met 60m ankerketting uit.
Geleerd en Doorgegeven
Aan onze linkerzijde ligt een 57-voeter met Belgische vlag. De bejaarde eigenaar heeft een skipper ingehuurd voor het ganse seizoen. Hij vertelt honderduit over zijn zeilervaringen in Griekenland. Hij raadt ons ook het restaurant Erimitis aan, aan de andere kant van het eiland. Het eten en de zonsondergang zijn de troeven, maar je moet er wel met de taxi heen.
De boot aan de andere zijde vaart meteen weg. Gelukkig zijn we paraat, want het manoeuvre loopt flink mis wanneer de boot met de kiel verstrikt raakt in de meertouwen van de aanliggende boot. Met veel gezwoeg en wat geluk komen de buren er toch nog goed vanaf.
Een kleinere charterboot met Duitse bemanning neemt kort daarna de vrijgekomen ligplaats naast ons alweer in. De boot vaart de ligplaats goed aan, maar heeft geen anker uitgegooid. Het is een Duitse familie die voor het eerst een boot gecharterd heeft. Ze realiseren zich zelf dat ze weer moeten uitvaren en het anker moeten uitwerpen.
Wouter geeft aan waar ze het anker best uitgooien, licht tegen de windrichting in, en hoe ze met de beperkte zijwind de ligplaats weer moeten aanvaren, met de boot aan lijzijde als richtpunt. Ook wij hebben dat geleerd met schade en schande, zoals verteld in Storm, Steigers en Stalen Zenuwen. Ook dat manoeuvre verloopt uitstekend. De Duitse schipper is ons zeer erkentelijk.
Plaatjes en Passagiers
Eens aangemeerd begeven we ons langs de kade naar het centrum van Gaios. De vorm van de haven leent zich voor mooie plaatjes van de veelheid aan vaartuigen.
De aandachtige lezer ontwaart hier en daar ook Minke Balaena.
We gebruiken een brunch op een gezellig terras, beschermd door parasols tegen de felle zon. Een lichte bries zorgt voor een beetje afkoeling.
In het centrum zelf worden karrenvrachten aan passagiers afgeleverd en opgepikt door de vele toeristenboten die er in- en uitvaren. Waarheen ze gaan weten we voorlopig nog niet.
De stad zelf is erg klein. In de straatjes waan je je op een Marokkaanse souk. Veel te druk. Veel te toeristisch.
We zijn de hele namiddag in de weer met het inslaan van mondvoorraad, water vooral. We verbruiken bij deze temperatuur makkelijk een krat van 6x 1,5 l water per dag. Ook het post factum reserveren van onze ligplaats en de aansluiting van water en elektriciteit vergen tijd.
Eenheid aan Tafel
Het avondmaal plannen we in Erimitis, zoals aanbevolen door onze Belgische buren. Jan reserveert een plaatsje in het restaurant en een taxi om erheen te gaan. We arriveren er net op tijd voor de zonsondergang.
Het eten is er inderdaad fantastisch. We starten allen met een krabsalade met venkel. Daarna lopen de keuzes meer uit elkaar. Een witte assyrtikowijn brengt weer eenheid. Dat hebben we geleerd van Daphne en Michael die ons al enkele malen vergezelden in Griekenland.
We sluiten de deuren van het restaurant na een geslaagde avond. Met dezelfde taxi terug naar de boot. Moe en voldaan zoekt iedereen een plaatsje om te slapen. De nacht kondigt zich weerom veel te warm aan.