Op Goed Geluk naar het Noorden
Over wind die komt en gaat. Over planning die zich vouwt rond havens, baaien en vergissingen. Over de traagheid van de afstand. Maar vooral over de gastvrijheid van de Griek.
Geen Getoeter
Wouter is om 7u30 op. Noorderwind, dus de boot ligt mooi buiten de vaargeul. De ferries arriveren en vertrekken één voor één. Voldoende plaats, en geen getoeter. Er worden zelfs enkele vriendelijke groeten uitgewisseld. Zeemannen onder elkaar.
Het plan is de route naar Thessaloniki, 105 NM, langs de kust van het vasteland af te leggen, over meerdere dagen, met enkele tussenstops. Zo vermijden we nachtvaren om de grote afstand te overbruggen.
De Geometrie van Zee
We verlaten Loutraki en meten bijna onmiddellijk 14 kt wind. Perfecte zeilcondities, dus we hijsen de zeilen, opnieuw met gereefd grootzeil, ondanks de windrichting. Noorderwind, dus dat wordt opkruisen.
In de veronderstelling dat de gewenste koers pal tegen de wind in ligt, het nadeligste geval, en dat je 45 graden aan de wind kan varen, leert de stelling van Pythagoras dat je een afstand van 1.41 NM moet afleggen om 1 NM te winnen op de gewenste koers. De afgelegde weg neemt dus toe met 41%. In de praktijk pakt het meestal nog wat slechter uit.
Het opkruisen valt al bij al nogal mee. Het traject start noordnoordoost en het volstaat wat hoogte te winnen naar het oosten toe om lange raks te kunnen trekken.
De Heilige Werkt niet Mee
Rond de middag valt de wind grotendeels weg en met een bootsnelheid van minder dan 4 kt schakelen we over op motor. De eerste haven die geschikt lijkt, is Agios Ioannis. De pilot geeft geringe diepte aan, maar op papier net voldoende voor Minke Balaena. Daar aangekomen blijkt dat de haven bestaat uit een pier van losse stenen, en de beschikbare oppervlakte veel te klein is voor onze boot.
Gegeven de zachte omstandigheden kunnen we misschien ankeren in de baai net voorbij de haven. Deze geeft weinig beschutting, maar de omstandigheden zijn erg gunstig. De pilot noteert: “hard zand en stenen”. Tot tweemaal toe proberen we met het anker grip te krijgen. Het anker glijdt weg zonder weerstand.
Onderweg naar Olympus
Er zijn geen andere havens die naam waardig in de buurt. Tijd om een alternatief plan te bedenken. En dat plan wordt Platamon. Marina Platamon ligt 35 NM verder, en lijkt geschikt om ons te ontvangen. Recent vernieuwd ook. Aan 7 kt is dat 5 uur varen. Als we onmiddellijk vertrekken, kunnen we daar om 20u30 aankomen.
Zo gezegd, zo gedaan, en het wordt een namiddag van hard werken.
In de loop van de namiddag worden we kort vergezeld door een groep dolfijnen. Dat maakt de dag voor Ann.
Dan valt de wind volledig weg. De zee is een spiegel. Het ronken van de motor maalt de uren weg. Uren voor we arriveren doemt in de verte het silhouet van Mount Olympus op. Daarover later meer.
Valavond in Platamon
We varen de haven van Platamon binnen bij valavond. Voorzichtig. Sommige delen van de haven bieden voldoende diepgang, andere absoluut niet. Een passant, vermomd als havenmeester, wanneer aangesproken, zegt dat hij van niets weet. Dan komt de echte havenmeester helpen.
Wanneer hij de diepgang van de boot hoort, mogen we langszij aanmeren aan de grootste kademuur, waar momenteel geen boten liggen. Gauw een meertouw klaarleggen aan de boeg en wat fenders verhuizen. Ann speelt libero met een bolfender, en dat is nodig. Het hele team lijkt wel een gesmeerde machine. De omstandigheden zijn gunstig en weldra ligt de boot netjes aangemeerd.
Het onthaal in Platamon is erg hartelijk. De havenmeester, Yannis, geeft een persoonlijke rondleiding van de haveninfrastructuur, het kantoor, het sanitair en hoe we ‘s nachts toegang verwerven. Er werd recent geïnvesteerd in de haven, en daarbij werd blijkbaar ook de diepgang in het eerste deel aangepakt. Met water en elektriciteit aangesloten zijn we klaar voor het diner.
De lusten van het Griekse leven worden bevestigd, met dagverse vis en respectabele wijn. We besparen de lezer de beelden van het eten, maar delen graag de beelden van de gasten in het restaurant, aristokraten verlekkerd op vis.
Tussen Mythos en Steen
De volgende ochtend zijn we al vroeg weer op. Platamon ligt in de schaduw van Mount Olympus. Een prachtig beeld. Zo kunnen we ons voorstellen wat Elke en Oli binnen twee weken te wachten staat, bij hun beklimming van de berg, voor ze ons vervoegen. Het belooft geen lachertje te worden.
Veel dichterbij, op 3 km van de haven, waakt het kasteel van Platamon al bijna duizend jaar over de smalle doorgang tussen Olympus en de zee, ooit een van de belangrijkste toegangspoorten tot Macedonië. We besluiten de site te bezoeken, te voet, erheen door het dorp, terug langs de kust.
Het Kasteel van Platamon is één van de best bewaarde middeleeuwse kastelen van Griekenland. De vesting werd waarschijnlijk gebouwd door Byzantijnen in de 10e of 11e eeuw op de plaats van een oudere nederzetting. Na de passage van Frankische kruisvaarders, Byzantijnen, Venetianen en Ottomanen, is het complex vandaag omgebouwd tot historische site. De prachtige begroeiing en de uitzichten contrasteren sterk met een gewelddadig verleden.
Met Zestien in het Kerkje
De aandachtige lezer zal opgemerkt hebben dat we, nog voor de reis begon, al een apostel te kort kwamen. Door een misverstand over het al dan niet doorgaan van de reis, met de annulatie van Sarah en Edgar, begon de apostolische administratie ernstig uit de hand te lopen. Het precieze aantal apostelen dat nog aan boord hoorde te zijn, werd steeds moeilijker vast te stellen.
In Platamon Castle troffen we in een kerkje een verzameling van zestien apostelen aan. Dat stelde gerust. Blijkbaar wordt ook binnen kerkelijke kringen niet al te strikt geteld.
Blauw en Rood
Er zijn geen voor de hand liggende stopplaatsen meer tussen Platamon en Thessaloniki. We blijven daarom nog een nacht in Platamon, om morgen de tocht naar Thessaloniki aan te vatten. Op het strand glijdt de dag weg in een waas van blauw en rood.