Over vertrouwen dat in de wind vervliegt. Over tijd die zich niet laat haasten. Over ruimte die krimpt wanneer de vaart verdwijnt. Over een zachte landing en een nacht met een luchtje. Maar vooral over de marge tussen doorvaren en doorkomen.
Vertrek in Vertrouwen
Woensdagochtend. We hebben een traject van 38 NM voor de boeg, van Gaios tot Lefkas. Voor het vertrek ontbijten we in wat ondertussen onze vaste ontbijtstek is geworden. Het uitvaren verloopt zonder incidenten, alsof we dat al jaren doen.
Buiten de Beschutting
Zo rustig als het was in de haven van Gaios, zo ruw is het op zee. Er staat een stevige 15 kt zuiderwind met golven tot 1m. Ann wijst erop attent dat we beter reddingsvesten aantrekken. De boot stampt hevig en we hijsen de fenders over de reling op dek, zonder ze op te bergen in de zeilkamer. Die bevindt zich immers vooraan op dek, waar je in deze omstandigheden niet wil zijn. De reiservaring wordt anders.
Een Kortstondig Zetje
We hebben 5 uur nodig om van Paxos tot in Lefkas te komen. Tussen beide eilanden varen we onbeschut op de Ionische Zee. Naarmate we vorderen, wordt het iets rustiger. De wind trekt aan, maar de golven worden minder hoog. Genoeg om het varen weer aangenaam te maken.
Opnieuw laat de windrichting ons niet toe volledig onder zeil te varen. Wel hijsen we de fok, om zo de boot meer stabiliteit en dat extra zetje snelheid te geven. Tijdens de eerste poging plots een windstoot van 17 kt. We kunnen de fok niet binnen de zeereling houden. Tijdens een tweede poging, met de boot 20 graden naar de wind gewend, lukt het wel. Dat brengt onze snelheid van 6,6 kt op motor alleen naar 8,2 kt op motor met fok.
Tien minuten later draait de wind echter wat meer naar het zuiden en wordt de fok niet meer bruikbaar zonder koerswending. We halen hem weer binnen.
Vaart Plooit zich Rond de Tijd
Kort voor twee uur ‘s middags komen we in de buurt van Lefkas. We weten van onze vorige passage dat de jachthaven bereikbaar is via een kanaal, maar dat we pas kunnen doorvaren wanneer de brug opengaat.
Wouter roept de marina op om te informeren naar de openingstijden van de brug. Om 14u, dat halen we net niet. Daarna 16u en 18u. We zijn de eerste boot die ankert voor de ingang van het kanaal, wachtend op de opening.
Eerst zwemmen. We moeten wel doorzwemmen om door de wind niet van de boot weg te drijven. Het water meet 25.7 graden. Aangenaam in het water, maar koud zodra je terug aan dek bent.
We eten een boterham als late lunch.
Geen Halve Meter
Om 15:50 uur, er liggen een vijftal boten, hijst iedereen het anker. We varen de ingang van het kanaal in, met 12 kt zijwind, nog steeds zonder thrusters. Wouter houdt nauwlettend afstand van de boot voor ons, omdat onze wendbaarheid beperkt is, zeker bij lage snelheid.
Eentje had een ongelukje en kon niet meer mee.
Wat later gaat de brug open.
Plots houdt de boot voor ons in en komen we ernaast te liggen. Zonder snelheid, geen sturing. De boot achter ons haalt ons in en komt aan onze andere zijde te liggen. Het recept voor ongelukken.
Wouter vaart achterwaarts tussen beide boten uit en krijgt met de snelheid ook wat sturing. Dat scheelt geen halve meter. De doorvaart verloopt verder vlot, terwijl we zoeken naar de goede mix van snelheid en afstand.
Ongegeneerd Aanmeren
In de haven is het even druk omdat meerdere boten tegelijkertijd arriveren. Na een minuutje of vijf worden we door een marinero in een tender naar onze ligplaats begeleid. Hij wil ons dieper de haven in leiden, maar Wouter volgt niet. “2.8m draft!” roept Wouter. Dan wordt het een andere plaats, dicht bij de ingang, waar de haven het diepst is. Net als vorige keer.
De zijwind maakt het aanmeren lastig. Gelukkig krijgen we een plaats bovenwinds van een grote catamaran. Die kunnen we als stootkussen gebruiken. Het aanmeren lukt aardig, maar tijdens het bevestigen van de meertouwen drijft de boot ongegeneerd tegen de catamaran. Met de fenders tussen beide vaartuigen vormt dat echter geen probleem en enkele minuten later zijn we alweer met de nutsvoorzieningen in de weer.
Naar Goede Gewoonte
Tijd voor het avondmaal. We wandelen de stad in en dineren in restaurant Kato Vrisi, net als vorige keer. Goede gewoontes moet je niet veranderen. Enkel appetizers ditmaal, tot grote verbazing van de uitbater. Daarmee is de honger ruimschoots gestild.
Een Onwelriekend Welkom
Ann en Wouter merken niets van de catamaran die later die nacht aankomt. Sigrid en Mark des te meer door het lawaai, maar vooral door de ondraaglijke stank van het “dark water” dat kennelijk zomaar in de haven geloosd wordt.